AURELIA’S (NYMPHALIDAE)

VLINDERS

Wereldwijd zijn er bijna 6100 soorten aurelia’s vastgesteld, ongeveer net zoveel als de blauwtjes. In Nederland is de familie met 48 en in Europa met meer dan tweehonderd soorten de grootste dagvlinderfamilie. In Nederland komen echter een aantal niet meer voor als standvlinder. De familie is onderverdeeld in de de parelmoervlinders en de schoenlappers. Kenmerkend voor deze familie is dat de voorste poten zijn gereduceerd tot poetspoten; bij het zitten en lopen worden alleen de achterste twee paar poten gebruikt.

Parelmoervlinders

De parelmoervlinders zijn te herkennen aan de oranje bovenkant van de vleugels met daarop een patroon van zwarte vlekken. Op de onderkant van de achtervleugel liggen bij de meeste soorten opvallende parelmoerachtige vlekken.
Parelmoervlinders komen vooral voor op bloemrijke graslanden en langs bosranden, maar ook op heiden en venen kunnen ze worden aangetroffen. Ze hebben een voorkeur voor zonnige plekjes. Omdat ze veel nectar nodig hebben, bezoeken ze graag bloemen; soms zitten ze met tientallen tegelijk op distels.

Schoenlappers

Tot de groep van de schoenlappers behoren de bekende ‘tuinsoorten’ als dagpauwoog, kleine vos en atalanta, maar ook de zeldzamere weerschijnvlinders en ijsvogelvlinders. De vlinders zijn over het algemeen groot en opvallend gekleurd met vaak heldere kleuren.

Waar komt de naam schoenlapper vandaan?

Deze groep vlinders wordt waarschijnlijk zo genoemd, omdat de onderkant van de vleugels meestal donker gekleurd is (als leer) met een paar vlekken. Vroeger had je schoenlappers die het leer in schoenen repareerden door over de slijtgaten kleine stukjes leer te plakken. En hoe zo iemand ook zijn best deed, hij vond nooit een stukje leer van precies dezelfde kleur. Dus oude schoenen die vaak waren opgelapt leken een beetje op de onderkant van de vleugels van de schoenlappers. Er zijn ook etymologen die juist de link leggen tussen de schoenlapper en de bont gekleurde ‘lapjesachtige’ bovenkant van de vleugels (als een ‘lappendeken’).

Eitjes, rupsen en poppen

Hoewel veel soorten de eitjes afzonderlijk afzetten, komt het ook geregeld voor dat ze in groepen worden gelegd; in dat laatste geval leven de rupsen aanvankelijk met meerdere individuen bij elkaar. De rupsen kunnen allerlei vormen hebben en zijn vaak bedekt met korte stekels. De pop hangt ondersteboven aan een soort kransje van haakjes aan het uiteinde van het achterlijf.

Bron: vlinderstichting