DAMBORDJE (MELANARGIA GALATHEA)

Dambordje

Het dambordje is goed tot redelijk goed te determineren.

Zeldzaamheid

Het dambordje is een zeer zeldzame en onregelmatige standvlinder. Tegenwoordig worden alleen nog af en toe zwervers waargenomen in Zuid-Limburg.

Kenmerken van het dambordje

Voorvleugellengte is ongeveer 23 tot 26 mm. De vleugels van het dambordje hebben een crèmekleurige grondkleur met zwarte vlakken en aders. Op de onderkant van de achtervleugel bevindt zich een rij oogvlekken. Hierdoor is deze soort te onderscheiden van soorten uit de familie van de witjes.

Kenmerken rups

Tot 28 mm. Het lichaam is geelachtig groen of bleekbruin. Met twee donkere lengtestrepen over de rug. Met een geelachtige of witachtige lengtestreep boven de spiracula. Onder de spiracula een minder duidelijke lichte lengtestreep. Staartjes met roze-achtig bruine uiteinden. Kop roodachtig bruin.

Gelijkende soorten rups

Argusvlinder (Lasiommata megera)bont zandoogje (Pararge aegeria) en bruin zandoogje (Maniola jurtina).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen. Het habitat en de waardplant(en).


Levenscyclus

De rups van het dambordje verschijnt begin augustus-half juni. De soort overwintert als jonge rups in een graspol. Tijdens warme winters begint de rups al in januari te eten. De verpopping vindt plaats in samengesponnen bladeren in een graspol. Het vrouwtje van het dambordje laat de eieren vliegend vallen boven een korte vegetatie op een zonnige plaats.

Ei-afzet
Het vrouwtje van het dambordje zit op een plant terwijl ze één of twee eitjes uit haar lichaam perst. Vervolgens vliegt ze op en laat de eitjes vallen boven een korte vegetatie op een zonnige plaats.

Rups en verpopping
Na het uitkomen gaat de rups vrijwel nuchter in overwintering in een graspol. Tijdens zachte winters begint de rups al in januari met eten. Hij eet voornamelijk ´s nachts. Aan het einde van de lente spint de rups in een graspol een aantal blaadjes bijeen waarin hij verpopt.

Vlinders
De dambordjes hebben veel nectar nodig en ze worden dan ook vaak op bloeiende planten gezien. Vooral kruiden met paarse of roze bloemhoofdjes. Zoals beemdkroon en knoopruid. Het aantal exemplaren op de vliegplaatsen is vrij hoog. Circa 64 exemplaren per hectare. De mannetjes houden patrouillevluchten.

Waardplanten

Diverse grassoorten, waaronder zwenkgras, dravik en kamgras. Vaak worden overblijvende, breedbladige soorten gebruikt.

Habitat

Warme, schrale, droge graslanden en ruigten. In Nederland vrijwel uitsluitend kalkgraslanden.

Dambordje

Vliegtijd en gedrag

Half juni tot eind augustus in één generatie. De dambordjes hebben veel nectar nodig en worden dus veel op bloemen gezien. Vooral van kruidachtige planten met roze of paarse bloemhoofdjes zoals beemdkroon en knoopkruid. De mannetjes houden patrouillevluchten.

De uiterste data waarop een dambordje is waargenomen zijn 20 mei en 30 augustus.

Mobiliteit

Het dambordje staat in de literatuur vermeld als honkvast. Toch zijn er diverse meldingen van zwervende vlinders. Ook over grotere afstand.

Regionaal

Nederland ligt aan de noordrand van het verspreidingsgebied en hier is het dambordje een onregelmatige standvlinder die met name in het zuiden is gezien. Tot de jaren dertig van de vorige eeuw heeft de soort zich op tal van plaatsen tijdelijk gevestigd, maar na een aantal jaren verdween zo´n populatie weer. De meeste waarnemingen kwamen ook toen al van de Zuid-Limburgse kalkgraslanden. Verder heeft de soort populaties gehad op de Veluwe, in de Achterhoek en in Twente.
Ook in de jaren negentig heeft de soort zich vermoedelijk zo nu en dan in Nederland voortgeplant. Zo zijn er in de periode 1979-1982 in De Braak bij Groningen dambordjes gevonden. Ook in Zuid-Limburg zijn er tweemaal grotere aantallen van deze vlinders gezien, wat wijst op voortplanting. Daarnaast zijn er verspreid over het hele land, maar vooral in Zuid-Limburg, zwervende individuen gevonden, sinds 1990 zo´n dertig exemplaren. De dichtstbijzijnde stabiele populatie is te vinden op het Belgische deel van de Sint-Pietersberg, op minder dan één kilometer van de Nederlandse grens.

Europa

Op Europese schaal is het dambordje niet bedreigd en over het algemeen is het voorkomen stabiel. In België gaat de soort achteruit en staat op de Vlaamse en Waalse Rode Lijst. Ook in Duitsland gaat hij achteruit, maar in de Eifel vliegt hij bijvoorbeeld nog in hoge dichtheid. In Groot-Brittannië vliegt hij op veel plaatsen in Zuid-Engeland en is het voorkomen stabiel. In Frankrijk is het dambordje een algemene vlinder die in bijvoorbeeld wegbermen gevonden kan worden.

Bron: vlinderstichting