Een grote nachtvlinder die hier inheems is en verder zeer algemeen voorkomt in West- en Midden-Europa. Hij kan worden aangetroffen tuinen, speciaal die met ligusterheggen (Ligustrum vulgare), maar hij zuigt ook nektar met zijn lange roltong, in kolibrie vlucht, uit andere nachtbloeiers. Sering (Syringa vulgaris), en (Fraxinus excelsior) en boerenjasmijn (Philadelphus coronarius) worden veel bezocht.
De vlinders op de rechter pagina (Fig. 2, 3) vliegen in juni/juli en er is maar één generatie per jaar. De eitjes op de linnker pagina (Fig. 1, 2) worden per stuk afgezet op de bladeren van de voedselplanten en de rupsen op de linker pagina (Fig. 3, 4, 5) groeien snel op in ongeveer vijf weken. Ze dalen dan af naar de grond om te verpoppen (Fig. 1) op de rechter bladzijde. Dit doen ze in een aarden kamertje tot 10 cm onder de grond. Gewoonlijk komt de pop de volgende zomer uit, maar het kan ook een jaar langer duren.
In zeer gunstige jaren kan er een tweede generatie tot ontwikkeling komen die dan in September vliegt. De ‘pijlstaart’ van de rups is bij deze soort heel opvallend.De ligusterpijlstaart komt voor in het grootste deel van Europa en in Azië tot in Japan.